Op het slibdepot wordt de bagger dat uit Rotterdamse sloten, singels en vijvers gebaggerd is op geslagen om daar te rijpen tot bruikbare aarde. Dit proces van ontwateren duurt ongeveer een jaar. In die tijd ontwikkelt het terrein zich als een biotoop voor pioniersplanten. Planten die goed gedijen op geroerde grond.
Door deze pioniersbeplanting te maaien oogst je als het ware vezels waarmee je vezelplaten kunt produceren. Vezelplaten gemaakt van bewerkte pioniersplanten bezitten nog absorberende eigenschappen van de planten. Een plant trekt het water uit de aarde en verdampt dit via de bladeren. Deze beweging tegen de zwaartekracht in is mogelijk omdat het water zich aan de wanden van hele smalle kanaaltjes omhoog kan trekken; de capillaire werking.
Om te komen tot bouwwerken die de water uit het slib versneld laat verdampen kunnen we gebruik maken van de capillaire werking van de plantenwereld. Het principe wordt duidelijk als je een stuk van de plantenvezelplaat in nat slib zet; de ene helft in het slib, de andere helft steekt er bovenuit. Het vocht uit het slib kruipt in de plaat naar boven. Het slib uit een diepere laag voert het vocht af via de vezelplaat die vervolgens contact maakt met de lucht waardoor het vocht kan verdampen. Zo verdampt niet alleen het water uit de bovenste laag maar ook het water uit de onder het oppervlak liggende lagen van het slib. Het totale verdampingsoppervlak wordt hiermee aanzienlijk vergroot waarmee het proces versneld wordt.
Met dit nieuwe bouwmateriaal kunnen we architectuur maken waarbinnen of waaromheen slib sneller rijpt. Een van deze plantaardige vezels gemaakte holle wand, geplaatst in het slib op het depot, versnelt door zijn verdampende werking de rijping van de bagger tot toepasbare teelaarde. Het bouwmateriaal geeft mogelijkheden om verschillende vormen van verdampingsarchitectuur te ontwikkelen waarmee het slib ook op meer publieke locaties kan rijpen. De vezelplaat kan immers in een vorm worden geperst waardoor hij bagger kan omsluiten en de vloeibare massa in een vorm kan vasthouden. Zo kan je afhankelijk van de baggerlocatie een geluidswal, paviljoen of windbreker maken.
Doordat slib voor 80% uit water bestaat kan een verdampingsbouwwerk die eerst helemaal gevuld wordt na verloop van tijd weer ruimte bieden voor nieuw slib. Op deze manier kan het enkele keren opnieuw worden gevuld totdat het vrijwel helemaal gevuld is met rijpe aarde. Deze grond kan ter plaatse als teelaarde gebruikt worden waarbij het verdampingsbouwwerk, omdat het opgebouwd is uit natuurlijke vezels, geheel door de grond gespit kan worden. De cirkel is weer rond.

Plantvezelproeven van de pioniersbeplanting op het slibdepot.

Verdampingswand in werkplaats.

Verdampingswand van Biotopische Slibfabriek.

Verdampingswand in een bassin van het slibdepot.

Model van verdampingswanden in een van de bassins van het slibdepot. De Biotopische Slibfabriek.

Model van verdampingswanden in een van de bassins van het slibdepot. De Biotopische Slibfabriek.

Verdampingstorens langs een fiets en wandelroute.

Een verdampingstoren gemaakt van plantenvezels die afkomstig zijn van het natte slib. Hier hebben de planten vocht opgenomen en structuur aan de aarde gegeven, na deze rol te hebben volbracht zijn de planten geoogst en verwerkt tot de bouwstenen van deze toren, waar bagger in kan worden gerijpt en planten op en uit kunnen groeien om weer vocht op te nemen en structuur aan de aarde te geven.

Met slib gevuld verdampingspaviljoen in een stadspark.

Verdampingspaviljoen in een stadspark.

Verdampingspaviljoen in een stadspark.