Op weg naar de studio spot ik een hovenierswagen van de firma DonkerGroen. Een van de partijen die het groenbeheer voor de gemeente Rotterdam uitvoert. Ze zijn een aantal nieuwe plantvakken aan het beplanten bij een woningbouwproject dat net opgeleverd is. Ik ga met een van de drie hoveniers in gesprek en bespreek een aantal onderwerpen die tijdens de meewerkdag met een andere ploeg ter sprake zijn gekomen.

Hoverniers aan het werk.

Op mijn vraag of hij zich gewaardeerd voelt als stadshovenier kijkt hij mij wat meewarend aan. “Ik heb een opleiding gevolgd om dit werk te kunnen doen maar ze hijsen ook mensen met een taakstraf in een oranje hesje en laten ze werken in de plantsoendienst. Dat doet het imago van ons vak geen goed.” Ook een aantal opgelegde beheermethodes zijn meer ingegeven door planmatig werken dan door hands-on veldwerk. “In het reguliere onderhoud worden sierstruiken bijvoorbeeld slechts 1x per 5 jaar gesnoeid. Voor veel toegepaste soorten is dat niet voldoende. Een hortensia bijvoorbeeld moet je elk jaar snoeien. Bij blokbeplanting zoals we hier aan het planten zijn moet je op zijn minst elk jaar randsnoei uitvoeren om een mooi beeld te maken.”

Snoeien net geplant materiaal om naar een mooie blokbeplanting toe te beheren.

Als vakman ziet hij op locatie situaties die hij anders zou willen aanpakken dan voorgeschreven. Terugkoppeling naar de opdrachtgever is er nauwelijks. In het centrum gaan ze binnenkort voor de derde keer in een jaar planten inboeten bij de markthal. Alle planten van één soort gaan telkens dood. Een teken dat de keuze voor het plantmateriaal niet duurzaam is. Hij begrijpt niet dat ze voor de derde keer een niet passende soort gaan terug planten. Als ontwerper denk ik: terug naar de tekentafel en de informatie die de hovenier ter plaatse je kan geven verwerken in een aangepast beplantingsvoorstel. Ook hier lijken de vakmensen in situ geen input te kunnen geven. Er is nauwelijks onderlinge terugkoppeling of samenwerking. In mijn rol als onderzoeker, die vrij in en uit verschillende situaties kan stappen, observeer ik dat veel lokale en specifieke kennis niet benut wordt maar wel een belangrijke schakel vormt in de ‘flow’ van materialen.

In het centrum, waar ze ook onderhoud doen, wordt gewerkt met een ‘regie contract’. Op basis van gewerkte uren en een beeldbestek wordt daar onderhouden en niet zoals als bij standaard gebieden op basis van een vastgestelde prijs. In die gebieden heeft hij het gevoel dat hij zijn vak op een meer bekwame wijze kan uitoefenen omdat hij meer naar eigen inzicht locatie en plant specifiek kan handelen

In het centrumgebied wordt ook een meer bijzonder assortiment toegepast. Daar wordt ook relatief veel uit de bakken en plantvakken gehaald. Vaak door vandalen. Ze vinden uitgetrokken planten dan elders terug. Hier is geen sprake van Reframing van gestolen plantmateriaal tot het vergroten van het groenareaal door de (stelende) bewoners. Tijdens het werk in de standaard gebieden krijgen ze af en toe de vraag van bewoners of ze ook een plant kunnen krijgen. Best vaak blijft er iets over en geven ze dat weg. Het overschot aan materiaal ontstaat meestal omdat het aantal planten per m2 te hoog bepaald wordt. Veel struiken vormen met 3 planten per m2 al een zeer compact blok terwijl ze dan in de werklijst vermeld staan als 7 planten per m2. Gevolg daarvan is dat er 4 planten per in te planten m2 overblijven. Dat kan bij de grote oppervlakken tot relatief grote overschotten leiden. Als er tijdens het werk ter plaatse geen vraag van bewoners komt gaat het na de werkdag naar de Schaduwhal, het depot plantmateriaal op de Stadskwekerij. Van daaruit wordt het meestal elders toegepast. Dat kan vrij eenvoudig omdat er vaak, volgens deze hovenier zelfs heel vaak, dezelfde soort planten worden toegepast.

Nieuw plantmateriaal opgehaald bij Stadskwekerij.

De uitvoerders zijn de vakmensen die naar 2 kanten toe een rol kunnen spelen. Enerzijds als deskundige van lokale groenkennis per deelgebied. Veel beheeronderdelen worden 10 keer per jaar herhaald. De uitvoerende hoveniers kennen de lokale bomen en planten in de specifieke situatie ter plaatse. Ze kunnen vanuit de situatie ter plaatse goede adviezen en maatwerk leveren. Anderzijds komen deze uitvoerders direct in contact met de bewoners van de locaties waar zijn werken. Ze zijn aanspreekbaar. Ze hebben kennis en kunnen daarmee een brug slaan tussen abstract beleid en de ervaarbare invloed daarvan op de publieke ruimte.

Plantvak in dezelfde straat opengelaten voor zelfbeheer.

Deze opgebouwde kennis en netwerk gaat telkens verloren omdat het beheerwerk elke 4 jaar opnieuw aanbesteed wordt. Afhankelijk van de markt wordt de opdracht aan een nieuwe partij verleend. Uit oogpunt van marktwerking een efficiënte en logische werkwijze. Vanuit het perspectief van circulair en participatief werken is ligt deze werkwijze minder voor de hand.