← Older posts - Newer posts →

Maart – Mei 2019: Manon van Hoeckel

De Groene Intocht

Het onderzoeksproject RE-source brengt stedelijke reststromen in kaart en ontwerpt strategieën om deze reststromen om te zetten in een ‘source’, een bron waaruit we (telkens) opnieuw kunnen putten. Manon van Hoeckel heeft de afgelopen twee maanden de vijfde reststroom van de stad Rotterdam in kaart gebracht: plantmateriaal. Zij toont de mogelijkheden van het vieren van het stedelijke groen in combinatie met het ‘oogsten’ van de kennis van de vakmensen die met dat groen aan het werk zijn.

Het onderzoeksproject RE-source brengt stedelijke reststromen in kaart en ontwerpt strategieën om deze reststromen om te zetten in een ‘source’, een bron waaruit we (telkens) opnieuw kunnen putten. Manon van Hoeckel heeft de afgelopen twee maanden de vijfde reststroom van de stad Rotterdam in kaart gebracht: plantmateriaal. Zij toont de mogelijkheden van het vieren van het stedelijke groen in combinatie met het ‘oogsten’ van de kennis van de vakmensen die met dat groen aan het werk zijn.

In De Groene Intocht onderzoekt Manon van Hoeckel hoe het gemeentelijke plantmateriaal de stad in en uit beweegt, en met dat plantmateriaal de kennis over het groen. Door de routes van de planten door de stad en de gemeentelijke organisatie in kaart te brengen, laat Manon zien hoe de planten nog beter zichtbaar kunnen worden gemaakt in de stad. Hiervoor ontwerpt zij een jaarlijkse, feestelijke intocht van het groen. Daarnaast doet ze een voorstel voor hoe de stadshoveniers, die in de stad met planten aan het werk zijn, hun vakkennis kunnen delen met de Rotterdammers. In dit geval niet in een jaarlijks ritueel, maar in de dagelijkse interactie met bewoners.

Samenvatting project
Fragmenten van de animatie van de Groene Intocht

December – Februari 2019

Ontprullenbakken

Ontprullenbakken.

Door de gebruiksobjecten van Rotterdam anders in te zetten krijgen ze een andere betekenis en functie. Ze worden (her)bruikbaar voor een publiek met ander gebruikspakketten. Wanneer de BN-bank op een tactische manier in een sport context wordt geplaatst ontstaan er hele andere gebruiksmogelijkheden en ideeën. 

Wanneer dit gebeurt met gebruiksobjecten hebben zij soms een hint of zetje van de ontwerper nodig om dit duidelijker te communiceren en te voorkomen dat een object verdwaald of vervreemd raakt in zijn nieuwe context. Door een passtuk voor de opening van de afvalbak te maken kan de afvalbak tijdelijk worden afgesloten voor afval. Doordat de afvalbak ontprullenbakt wordt kan het object opnieuw bekeken en toegepast worden afhankelijk van de mogelijkheden die de observerende erin herkent. Zo zal een sporter het als oefenfaciliteit gebruiken. Een milieubewuste voorbijganger zal het als een aansporing lezen zijn houding ten opzichte van afval te herzien.

Door het object een duidelijke nieuwe context mee te geven wordt hij opnieuw inzetbaar. Zo is in het voorstel voor het sportdepot onder De Brienenoordbrug een overtollige set afgesloten Capitole afvalbakken gebruiksvriendelijk gemaakt door ze in een rij te plaatsten met genoeg afstand zodat er slalom mee te maken is. Dit idee werkt vooral omdat de ‘opslag-in-gebruik’ in een sport context gepresenteerd wordt. De eerste functie was dienen als container-voor-afval in de openbare ruimte. Door het object daarna op te slaan in een nieuwe context, namelijk een afgesloten depot, vervreemdt het van zijn originele functie en kan het object opnieuw geïnterpreteerd worden. Deze vervreemding leidt tot ontwerp mogelijkheden in andere contexten zoals bijvoorbeeld een specifieke sport context waarbinnen het object een andere functie krijgt namelijk als obstakel-voor-slalom.

 

Afvalbakverplaatser om het object tijdelijk in het depot te plaatsen.

 

Opzet stuk om opening tijdelijk af te dichten.

 

Ontprullenbakker in situ van het Publiek Depot Bootcamp.

 

Ontprullenbakte afvalbakken als slalom parcours.

Affordances Stadsbanken

Doel en Middel

Het globale idee van een stadsbank is het menselijk lichaam een alternatieve houding te bieden tussen staan en liggen in de buitenruimte. De zithouding is zonder stadsbanken ook mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan lage muren, hekken, containers, stoepranden, traptreden, boomstammen, geparkeerde fietsen, een grote kei. Zo lang het hoogteverschil voldoende en de omgeving prettig is, zijn er vele alternatieven.

Het publiek is inventief genoeg om zich het zitten eigen te maken zonder bank in zijn omgeving. Tussen het idee van de bank als plek-om-te-zitten en de fysieke sociale realiteit van het gebruik ervan zit gelukkig veel speelruimte. Het publiek heeft meer behoeftes in de buitenruimte dan alleen zitten en put met deze inventieve houding uit eerder opgedane ervaringen tijdens het uitoefenen van hobby’s, werk en dagelijkse handelingen. Ze passen hun skills, dromen en ideeën toe op situaties die ze in de stad Rotterdam aantreffen. Ook op de stadsbank.

Door deze menselijke behoefte ontstaan er interessante momenten in de buitenruimte. Zo kan een stadsbank opeens een bed worden, een werkbank tijdens het repareren van de fiets of mogelijkheden bieden aan sportoefeningen tijdens work-out in het park. Deze verschillende gebruiksopties van de stadsbank zijn tijdens dit project in kaart gebracht en vormen naast het de skillset van de banken-vakman het ontwerpuitgangspunt om een meer diverse en aangenamere stad te creëren voor alle Rotterdammers.

(*Affordances zijn de kwaliteiten van een object die ons in staat stellen om er een actie mee uit te voeren.)

 

BN-bank Keten in Kaart

Meeloopdag met Uitvoering Werken Straatmeubilair

Deze kaart laat de werkdag zien van de vakman Richard Hofstra van de afdeling UW (Uitvoering Werken) Straatmeubilair en Spelen. Tijdens deze dag wordt de burgerklacht van een te repareren BN-bank gevolgd en gedocumenteerd. Door de stappen die de vakman en de BN-bank te analyseren, zowel in de besloten als openbare ruimte, worden er waardevolle momenten gelokaliseerd die leiden tot ontwerp mogelijkheden.

Tijdens de meeloopdagen met de vakman Richard Hofstra zijn de benodigde acties en de daarbij horende skills voor het reparatieverzoek van een BN-bank in kaart gebracht. Door slechts een zitelement te volgen kan het grotere logistieke systeem en de keten van situaties van de Uitvoering Werken gedetailleerd in kaart gebracht worden.

Op deze schaal kunnen de sociale interacties, persoonlijke perspectieven en skillsets van de vakman beter gedocumenteerd worden. Deze documentatie wordt ingezet als bron om later in het ontwerpproces gecombineerd te worden met een sociale skillset van gebruikers in de buitenruimte.

 

 

 

 

 

 

Sociale Catalogus 4.2.1

Sociale Catalogus 4.2.1

Mijn zoektocht begon bij de grote systematische en soms wat onpersoonlijke taal van de gemeente. Ik ging op zoek naar het persoonlijke binnen het grote systeem. Waar in de buitenruimte zit een samenkomst van gemeentewerkers en bewoners. Veel van deze werknemers zijn zelf ook een bewoner van Rotterdam.

Het onderzoek naar deze samenkomst vormt een speelse documentatie van de vakman die zijn werk doet met het doel een stadsbank te plaatsen gecombineerd met de sociale laag van de inwoners die de bank als faciliteit gebruiken. Een onderzoek naar de verschillende omgangsvormen met het meubilair in de publieke ruimte. Het straatmeubilair kent beheerders, bewoners, passanten, gebruikers, vandalen en bewonderaars. Hoe verhouden zij zich tot het meubilair in de stad en welke vaardigheden horen daarbij? Ze schouwen, repareren, monteren, poetsen, schroeven, zitten, lezen, ontmoeten, daten, denken, vissen, stretchen en beoefenen parkour. Door deze werk- en gebruikswoorden te mengen ontstaat er een nieuw publiek werken.

Ik heb de Rotterdamse Stijl Handboek Openbare Ruimte Toolkit 4 als uitgangspunt genomen. Het nummer 4.2 is daarin de code voor straatmeubilair. Code 4.2.1 staat voor banken. De technische tekeningen van het zitmeubilair en de sociale interactie met deze objecten is samengebracht in een catalogus zodat ze later met elkaar gekruist kunnen worden.

In totaal zijn er 100 sociale gebruikssituaties op banken in Rotterdam gedocumenteerd. De situaties zijn per banktype geordend en toegevoegd als stickervellen achter de technische tekeningen en een situatiebeeld van de zitelementen. Met deze stickers kan de sociale laag letterlijk over de technische laag gepakt worden. Door de montage van deze technische en sociale ingrediënten ontstaat er ruimte voor dialoog en onvoorziene perspectieven die goed van pas komen later in het ontwerpproces.

Handelingen rondom rotterdamse banken.

 

Sociale catalogus 4.2.1 tijdens de publieke presentatie op 15 feb 2019.

 

Stickervel sociale laag

Publiek Werken Afslag 24

Banken Depot Brienenoordbrug

Gemeentelijke depots worden gebruikt om het materiaal wat tijdelijk niet wordt gebruikt in de stad op te slaan. Deze objecten worden via het wegennet van Rotterdam naar een verzamellocatie gereden met een hek eromheen; geen toegang meer. Het is afwachten wanneer het object of het materiaal weer in het openbaar verschijnt.
Het voorstel is om de gemeentelijke depots te verdelen over verschillende locaties in de het openbare domein en deels open te stellen voor het publiek. Door vrijgekomen banken, lantaarnpalen, prullenbakken en speeltoestellen niet in een pauzestand te zetten maar te hergroeperen in publiek toegankelijke depots worden nieuwe vormen van gebruik mogelijk. Omdat objecten en materialen van en naar de depots bewegen via wegen is het wegennetwerk van Rotterdam als uitgangspunt genomen. De snelwegen rondom de stad vormen samen een ring die de Ruit wordt genoemd. Restruimtes in de buurt van op-en afritten van deze Ruit worden ingericht als depot.

Afrit 24 Brienenoordbrug is verder uitgewerkt als Bankendepot. De keuze voor locaties onder en rondom de Brienenoordbrug is gemaakt omdat deze al voor verschillende publieke doeleinden wordt gebruikt. De lokatie is goed bereikbaar met het openbaar vervoer, fiets, watertaxi en auto. Hierdoor heeft het depot potentie als bestemming voor de omwonenden en de inwoners van omringende gebieden. Een plek waar bewoners en in onbruik geraakt straatmeubilair elkaar treffen. Alle banken van de stad nemen afslag 24 richting het depot. De banken worden hier per type opgeslagen en hergegroepeerd zodat ze geschikt zijn voor een breed scala aan activiteiten. Van sporten naar film kijken in een buiten bioscoop. Per seizoen worden er programma’s ontwikkeld. Een daarvan is het bootcamp programma. Hiervoor worden de banken zo in het depot geordend en gepositioneerd dat het standaard gebruik van de bank als object-om-te-zitten gewijzigd wordt in een object-om-mee-te-trainen.

Luchtfoto afrit 24, Brienenoord locatie

 

Brienenoord locatie

 

Zonering en openingstijden Publiek Depot 24 4.2

 

Depot 25 4.2 Sport

 

Banken waar verschillende skills elkaar ontmoeten: zitten, eten, muziek maken, sporten, stretchen en dergelijke.

 

Publiek depot Bootcamp testdag in het portfoliopark op de stadskwekerij. Onder leiding van personal trainer Frederique.

 

Entree gebied van depot 4.2 wordt gemarkeerd met serie lantaarnpalen (Ode aan de ontwerper Friso Kramer)

 

Ontprullebakte (afgesloten) afvalbakken doen dienst als slalom parcours. Zie voor nadere 1:1 uitwerking het bericht ‘ontprullenbakken’ (Links op illustratie het bankontwerp van West 8 voor de Aelbrechtskade)

 

Verschalen 1:1 – 1:10 – 1:100

Hoe kunnen we de voormalige standaard Rotterdamse BN-bank reactiveren terwijl het in een depot wacht op herplaatsing? Ten eerste door het depot publiek toegankelijk te maken en ten tweede door er publieke programma’s aan toe te voegen. Een BN-bank in de wachtstand-in-het-publiek-depot behoudt hetzelfde uiterlijk maar verandert van aard door een nieuw alternatief gebruik binnen een nieuwe ruimtelijke context.

Om grip te krijgen op deze nieuwe ruimtelijk context geeft werken op werkelijke schaal, schaal 1:1, te weinig overzicht. Je blijft voor de bank in zijn directe omgeving staan. Door te verschalen zoom je uit en ontvouwt zich een groter gebied rondom de bank. Door de BN-banken te verschalen naar schaal 1:10 en ze als schaalmodellen in een depot te ordenen en te RE-contextualiseren is het mogelijk er van bovenaf naar te kijken en tot andere inzichten te komen. De banken zijn exact naar 1:10 verschaald zodat er in het klein getest kan worden welke opstellingen mogelijkheden bieden voor de verschillende gebruiksprofielen van de toekomstige gebruikers: Banken als apparaten voor een sportschool. Een reeks lantaarnpalen als toegangspoort van een depot. Een serie prullenbakken als slalom parcours.

In een locatie maquette van het gebied rond de Brienenoordbrug worden deze opstellingen ten op zicht van elkaar getest op een nog kleinere schaal. Schaal 1:100. Een schaal waarbij detaillering van meubilair ondergeschikt is aan de weergave van de ruimtelijk situatie. Details verdwijnen doordat de resolutie afneemt. De getoonde situatie wordt door de uitzoomende beweging abstracter. Het perspectief verschuift van objecten naar een locatie.

In het voorstel voor Publiek Werken worden de depots gekoppeld aan de op- en afritten van de snelwegen die samen de ruit rondom Rotterdam vormen. Om dit te visualiseren is in een werkelijke (schaal 1:1) BN-tafel de kaart van Rotterdam uitgefreest en geven gele krijtlijnen aan waar de ruit ligt. Een model schaal 1:100.000. Een schaal waarop je interventies op systemisch niveau kunt tonen. Het perspectief verschuift een locatie naar een systeem. Tijdens de publieke presentatie van 15 februari zijn de verschillende schaalnivo’s naast gezet.

In de meetkunde is een uniforme verschaling een lineaire transformatie die objecten vergroot of verkleint; De schaalfactor is in alle richtingen dezelfde. Het resultaat van een uniforme verschaling is gelijkvormig (in de meetkundige zin) met het origineel. (bron). Zowel het werken op werkelijk schaal als het werken op een kleinere schaal in overzichtelijke modellen bieden perspectieven die belangrijk zijn in het ontwerpproces. Het heen en weer bewegen tussen de verschillende schaalniveau’s geeft de mogelijkheid interventies te analyseren op het niveau van een systeem, een locatie en een object.

Model van BN-bank schaal 1:1. Model van onderdelen waaruit de bank is opgebouwd.

 

Modellen BN-bank, schaal 1:10

 

Modellen BN-bank schaal 1:10 als Toolkit

 

Modellen BN-banken in nieuwe opstelling als sport parcours, schaal 1:10

 

Model locatie Brienenoordbrug, schaal 1:100. Als situatieschets.

 

Model van de Ruit van Rotterdam.

 

RE-activate Living Pavement

In het depot van de Stadskwekerij op de Ir. Costerlaan zijn Paul Slot en ik op zoek naar materialen die we kunnen gebruiken als gewichten voor de Bootcamp. We vinden een pallet met 30x30cm betonstenen, de standaard maat voor tegels toegepast voor het aanleggen van trottoirs. Deze stenen hebben openingen zodat een deel van de grond eronder blootgesteld wordt aan weersinvloeden en een voedingsbodem vormt voor wat Simone Post ‘wild gras’ noemt. Deze openingen zijn voor de Bootcamp geschikt omdat ze in deze vorm ook als dumbell gebruikt kunnen worden. Voor de presentatie dag Re-activeren we de ’tegels-die-wachten’. We geven ze een nieuwe rol in het Publiek Depot Bootcamp.

Tegel-als-Dumbell voor Dumbell Squat Press

 

Dumbell Squat Press

 

‘Tegels-die-wachten’ in depot

 

Transport

 

Overzicht Publiek depot 4.2

Het ontwerp voor deze stenen is gemaakt door Bennie Meek, een alumnus van de Design Academy Eindhoven, als onderdeel van het Project Gewildgroei; Planten die uit zichzelf terecht zijn gekomen op een plaats waar men hen wenst.

Gewildgroei staat voor gewenste spontane vegetatie. Volgens Bennie Meek hét stadsgroen van de toekomst. Er worden enorme bedragen besteed aan het verdelgen van spontane vegetatie en tegelijkertijd aan het in stand houden van aangeplant groen. Hij ziet ‘onkruid’ niet als een probleem, maar als partner.

 

Living Pavement tegels bieden ruimte aan gewildgroei. Door een stoeptegel te vervangen door een Living Pavement tegel toont hij dat wilde planten mooi, nuttig en welkom zijn, voor betere regenwater-infiltratie en meer biodiversiteit. Hij roept ons op aan te sluiten bij de plantsoenrevolutie: “Draag je steentje bij en laat de natuur de rest doen!”

 

Met depot

 

Living Pavement bij plantschalen

15 februari 2019

Flow

“As the life of inhabitants overflows into gardens and streets, fields and forests, so the world pours into the building, giving rise to characteristic echoes of reverberation and patterns of light and shade. It is in these flows and counter-flows, winding through or amidst without beginning or end, and not as connected entities bounded either from within or without, that things are instantiated in the world.” (Ingold 2010 p.11)

Why do we put so much emphasis on ‘flow’ in performing research into residual materials? First of all, the notion of circularity describes a type of movement. Whether we are talking about loops or about circularity, the defining characteristic is an idea of flow (how things circulate). Linear economy, as opposed to circular economy, is often described along the lines of a linear flow (take, make, waste). Circularity, more than anything else, puts forward the idea of a ubiquitous and continual flow. What this means is that ‘waste’ does not exist in the same way as it does in linear economy thinking.

Whatever is labeled as residual, waste, or redundant is no longer something that we can ‘make disappear’ or regard as harmless, let alone powerless. How residual material flows come into being, how they get enacted and what they help enact in turn should be of main concern in understanding the possibilities and consequences of a transition towards circularity. The unwanted, negative (and sometimes unforeseen) effects of a linear economy, whether thinking of human impact on ecosystems, or the impact on social systems, communities and societies, can be seen as a result of a lack of insight and understanding of ‘flow’ and relations among things. When we start to think more along the lines of flow and entanglement, we not only become aware of these concerns and can begin to address them, but we start to see new possibilities for action.

Materials flow through the city. This flowing is in part an entangling, they get mixed up with the world. In this entangling the concrete pavement stones in the streets, the benches in the parks and the trees alongside the canals get enacted as for instance, a transportation surface, as vista points and as dog-urinal. In their entanglement with a myriad of materials, animals, people, and practices we apprehend these materials as in various situations. Thinking of materials as in a situation of circulation or flow is one of such ways to apprehend them, thinking of them as in a maintenance situation or specific use-situation such as sitting is another. With each situation we find a material in, with each way of framing the material in relation to a specific context, various actants come to the fore. Circularity can only be understood through this idea of entanglement or a vast meshwork of things together moving through time and space, ever changing, in flow. Circularity is not described by a model of several closed loops or circles. Circularity emphasizes the fact that things circulate, entangle and leak. They can (and will) loop into eachothers trajectories.  Observing residual materials as being in various situations, imagining them to be in others and intervening in those situations exposes or makes visible such entanglements and brings new possibilities into view.

Designers, as makers and creative professionals dealing with bringing things into the world, are capable of generating highly valuable knowledge on these entanglements and can translate these possibilities into potential futures. When designers engage in the reflective practice we call Designerly Research (or Ontwerpend Onderzoek) they observe, analyze, and reflect by making, proposing, mapping, categorizing, naming, storytelling, combining, and de-contextualizing and re-contextualizing. How these actions together form the notion of RE-framing and how designers investigate by having a reflective conversation with the materials of the situation is something we have discussed elsewhere (The Materials of the Situation, Framing Design Approaches, Close Encounters with the Possible). What is important to note regarding the concept of ‘flow’ and circularity is the creative and innovative capacities of the designer to engage reflectively and productively with materials and how and what they are in the world, in particular, in specific situations.

“To think of the kite as an object is to omit the wind – to forget that it is, in the first place, a kite-in-the-air.” (Ingold 2010 p.7)

“…material things, like people, are processes, and that their real agency lies precisely in the fact that ‘they cannot always be captured and contained’ (Pollard 2004: 60). As we have found, it is in the opposite of capture and containment, namely discharge and leakage, that we discover the life of things. Bearing this in mind, we can return to Deleuze and Guattari, who insist that whenever we encounter matter, ‘it is matter in movement, in flux, in variation’. And the consequence, they go on to assert, is that ‘this matter-flow can only be followed’ (Deleuze and Guattari 2004: 451). What Deleuze and Guattari here call a ‘matter-flow’, I would call a material. Accordingly, I recast the assertion as a simple rule of thumb: to follow the materials.” (Ingold 2010 p.8)

Ingold, T. (2010) “Bringing Things to Life: Creative Entanglements in a World of Materials”, Realities Working Papers #15 NCRM Working Paper Series, pp. 1-14.

Publiek Depot Bootcamp

Oefenen BN-bank-push-up tijdens de opbouwdag in het portfoliopark op de Stadskwekerij.

Publiek Werken / Depot 4.2 in Gebruik

Paul Slot heeft de afgelopen twee maanden de vierde reststroom van de stad Rotterdam in kaart gebracht; straatmeubilair. Hij toont de mogelijkheden van het combineren van beheer en gebruik door het introduceren van een publiek depot. Door vaardigheden te kruisen ontwerpt hij een nieuw soort vakmanschap waarmee in onbruik geraakt straatmeubilair opnieuw geactiveerd kan worden.

In ‘Publiek Werken / Depot 4.2 in Gebruik’ onderzoekt Paul Slot verschillende omgangsvormen met het meubilair in de publieke ruimte. Het straatmeubilair kent beheerders, bewoners, passanten, gebruikers, vandalen en bewonderaars. Hoe verhouden zij zich tot het meubilair in de stad en welke vaardigheden horen daarbij? Ze schouwen, repareren, monteren, poetsen, schroeven, zitten, lezen, ontmoeten, daten, denken, vissen, stretchen en beoefenen parkour. Door deze werk- en gebruikswoorden te mengen ontstaat er een nieuw publiek werken. Door vrijgekomen banken, lantaarnpalen, prullenbakken en speeltoestellen niet in een pauzestand te zetten maar te hergroeperen in publiek toegankelijke depots worden nieuwe vormen van gebruik mogelijk.

De Nieuwe Vakman

 

Publiek Bankendepot Bootcamp. Tijdens de presentatie op vrijdag 15 februari 2019 gaan we daadwerkelijk sporten op de banken.

 

BN-sport-bank / push up

Op een locatie onder de Brienenoord brug schetst hij verschillende mogelijkheden.

 

Reststroom 5 / Plantmateriaal

In een gesprek met Eli Marres, uitvoerder en teamleider op de Gemeentekwekerij Rotterdam kwam ter sprake dat het zonde is dat het extra plantmateriaal* dat ingekocht of gekweekt wordt voor aanplanten in de stad in afvalcontainers verdwijnt als het voor inboet** niet nodig blijkt te zijn. Hij vraagt zich af waarom deze planten niet een rol kunnen spelen op plekken waar bewoners zelf initiatieven ontwikkelen voor meer groen in de stad.

*Plantmateriaal: Plantmateriaal gebruikt voor aanleggen van plantsoenen, parken, bermen, pleinen, buurttuinen en dergelijke. Materiaal bevat struiken, bomen, stekken voor hagen, siergrassen, vaste planten , eenjarigen en bollen. Daarnaast zijn er de verplaatsbare bakken die gevuld worden met seizoensgebonden materiaal waardoor een paar keer per jaar ook materiaal uit dat vervangen wordt beschikbaar komt. Vaak zijn het vaste planten aangevuld met een sortiment aan eenjarigen en bollen.

** inboet: Extra besteld plantmateriaal dat ingezet wordt als vervangingsmateriaal voor planten die kort na het aanplanten niet of slecht tot ontwikkeling komen. De gemeente hanteert meestal 3%. Op zich lijkt dat een klein percentage weinig gezien de enorme hoeveelheid planten die de stad in gebracht worden is het een substantieel potentieel.

Met, voor en door wie?
De belangrijkste vraag lijkt voor beheerders te zijn: Wie zorgt er voor de planten? En met name wie geeft de net ingeplante planten water? Zeker als ze net in de grond staat is dat van belang. Dit lijkt een mooie aanleiding om na te denken over deze reststroom. Het materiaal is beschikbaar en het geeft de mogelijkheid een sociaal meer participatief onderzoek te starten. Zo is mogelijk samen te werken met mensen die vanuit hun dagelijkse route en routines zo’n taak er moeiteloos bij kunnen nemen; de hondenbezitter die er dagelijks met zijn hond langs wandelt. De postbode of krantenbezorger. De glazenwasser die regelmatig met een reservoir aan water door de straten rijdt. Of met de vuilnismannen van de stad die sowieso wekelijks alle straten, pleinen en parken van Rotterdam bezoeken. Illustratief hiervoor is de betrokkenheid en enthousiasme die Rotebmedewerkers op het tijdelijke landje van NU HIER toonde. (Zie deze link voor meer daarover).

Een voordeel daarbij is dat we inmiddels een goed netwerk hebben opgebouwd waarbinnen we ook weten wie er belangstelling heeft voor de meer publieke vorm van beheren en onderhouden. Het vormt tevens een mooie aanleiding om het beroep ‘tuinman’ of ‘groenbeheerder’ van nieuw elan te voorzien. Nu wordt er vaak neerbuigend gesproken over de plantsoenendienst. Als een organisatie die minderwaardige werk uitvoert als straf of dagactiviteit. Het zijn echter specialisten die met veel kennis en kunde aan de groene stad bouwen.

Plantenschalen ingeplant wachten op transport op de kwekerij.

 

Plantgoed voor bloemperk in kas op stadkwekerij.

 

Plantgoed voor plantschalen in kas op stadkwekerij.

 

Plantschalen op kar achter een trekker klaar om de stad in de rijden.

 

Plantschaal komt op bestemming aan. (found footage)

 

Plantschaal in de stad (found footage)

 

Plantschaal wordt opnieuw ingeplant terwijl ze in de stad staan. (found footage)

 

Plantschaal wordt opnieuw ingeplant terwijl ze in de stad staan. (found footage)

 

Plantschaal die terug uit de stad gekomen is. Op stadkwekerij.

 

Palmbomen staan in winterperiode in de kas op de stadkwekerij. (foto dec 2018)

Nog kale geraniumzuil in de kas op de kwekerij.

 

Palmbomen staan in mei klaar om de stad weer in te gaan.

Intervention – Prototype

Making Public

Gras in Verpakkingen

Producent Huthamaki maakt eierdozen van grasvezels. Eierdozen worden meestal gemaakt van gerecycled papier, maar omdat we steeds minder kranten en tijdschriften lezen is er steeds minder geschikt oud papier om deze verpakkingen van te maken. Fabrikanten zijn op zoek naar alternatieve vezels en hebben die onder andere gevonden in de reststroom maaisel.

Bij dit bedrijf wordt een eierdoos gemaakt die voor 50% uit papierpulp bestaat waaraan 50% grasvezel toegevoegd is. Een verpakking die vooral gebruikt wordt het verpakken en vermarkten van biologische en vrije uitloop eieren. Een logisch verband tussen twee meer duurzame industrieën. Opvallend is dat de gras-eier-dozen een onnatuurlijke kleur groen hebben. Deze groene tint ontstaat niet door het toevoegen van de enigszins bruine grasvezels maar door het toevoegen van een kleurstof die het ‘groene’ imago van de verpakking visueel versterkt.

Er zijn inmiddels legio initiatieven die experimenteren met het toepassen van grasvezels in productieprocessen. Nog niet veel verpakkingsproducenten durven over te stappen op graspapier of -karton. De productie is niet kostbaarder maar er is meer onderzoek nodig om te garanderen dat kwaliteitseisen gehaald worden. Het materiaal is nog niet voldoende getest. Daarnaast blijft de vraag aan de inkoopkant nog achter.

 

Van gras naar eierdoos.

 

Oud papier bij de fabriek

 

Invoerpijp graspulp

 

 

Eierdozen opslag

In and Out: Complexity – Abstraction

Inkoop en Restmateriaal

De gemeente Rotterdam en met name de afdeling Grond- en Reststoffenbank is gestart met het in kaart brengen van reststromen die ze door haar eigen handelen veroorzaakt met als doel deze reststromen op te waarderen en als nieuwe bron in te zetten. Een manier om nieuwe mogelijkheden voor de restmaterialen te vinden is te onderzoeken of er op de markt producten bestaan die gemaakt worden van deze ‘afval’-materialen en het inkoopbeleid er vervolgens op aan te passen. Door zoveel mogelijk producten en services in te kopen waarin de eigen reststromen verwerkt en opgewaardeerd zijn, kunnen ze de materiaalstromen sluiten.

De gemeente heeft een positie waarin ze via aanbestedingen kan sturen op een meer circulair beleid. Door te kijken welke producten, die er nu ingekocht worden, ook gemaakt kunnen zijn van deze afvalstromen en daarop gericht producten te selecteren kan de overheid een markt creëren die circulariteit bevordert. De overheid geeft hiermee een economisch impuls aan producenten en versnelt daarmee de ontwikkeling van meer circulaire productieprocessen.

Als we meer specifiek inzoomen op de mogelijkheden voor de reststroom maaisel kan de gemeente bijvoorbeeld eisen dat er in de door haar beheerde gebouwen alleen gras als isolatiemateriaal toegepast mag worden. Of de gemeente kan ervoor kiezen voortaan alleen papier gemaakt van (10%) grasvezels in te kopen en te gebruiken. Dit kan uitgewerkt worden tot een geheel eigen huisstijl waarbij communicatie en grasbeheer op elkaar afgestemd worden.

Omdat maaibeheer van de stad, bouwvoorwaarden en papierinkoop plaatsvindt binnen verschillende afdelingen van de organisatie die ver van elkaar af lijken te staan, wordt deze mogelijkheid tot circulariteit niet eenvoudig gevonden. De blik van een buitenstaander kan helpen deze nieuwe mogelijke verbindingen te (laten) zien en te leggen.

Gras isoloatie van Millvision

 

Millvision produceert isolatiemateriaal gemaakt van gras.

 

Grasisolatie voor alle Rotterdamse gebouwen. Hoeveel ecologisch beheerd gras is er nodig om dat in 2030 te bereiken?

 

Bij de presentatie van Simone Post op 18 oktober toont ze gemeentelijk correspondentie op graspapier.

Mapping a Practice

Designing Context

The Object ‘In Use’

 

De Bankenman

Richard Hofstra is vakman Uitvoerende Werken Straatmeubilair en hekwerk bij de Gemeente en is in die rol verantwoordelijk voor alle 9.880 banken die in de stad staan. Ik heb dit profiel gemaakt als opzet voor het in kaart brengen van de reststromen die vanuit beheer en onderhoud van Straatmeubilair ontstaan.

Door Richard tijdens het werk te volgen en daarbij zijn taal, doen en laten te documenteren krijg ik vanuit de praktijk een interne kijk op het systeem dat erachter zit. Door zijn werkprofiel te schetsen hoop ik duidelijk beeld te krijgen van zijn vakmanschap en hoe welke invloed dat heeft voor wat zich tussen situatie A en B afspeelt. Door deze bevindingen met mijn profiel als ontwerper te kruizen kunnen er rondom circulariteit nieuwe ontmoetingen, initiatieven en perspectieven ontstaan.

Profiel van de bankenman

Sleutels van de Stad

Tijdens mijn meeloopdagen bij UW Straatmeubilair ben ik op zoek naar de taal die daar gesproken wordt. Ik zoek naar verpersoonlijking en eigenheid achter die soms groot lijkende onpersoonlijke gemeentemuur. Om dit te onderzoeken exploreer ik manieren om als leek mee te kunnen praten en mij de taal eigen te maken. ‘Toegang hebben tot’ is zo’n taal die erg sprekend is. Wetend dat ik zelf toegang heb tot de 92.480 lichtmasten, 9.880 banken en 10.200 prullenbakken in de stad Rotterdam is erg voedend voor een hands-on ontwerp perspectief. Hierdoor verandert mijn relatie en verhouding tot het object. Wat voorheen een afstandelijk gemeente object was heeft nu een plek gekregen in mijn dagelijkse interactie met de stad als inwoner en ontwerper.

Deze sleutels geven je toegang tot objecten in de stad.

Multi tool

 

Loper installatiedienst

 

Klappaal sleutel

 

Sleutel van o.a. Capitole afvbalbank

 

Sleutels die Paul Slot inmiddels verzameld heeft.

 

Ontwerp voor universele Stadssleutel.

Capitole Afvalbak / RE-duce

Sinds de invoer van de nieuwe Rotterdamse Stijl in 2006 is de Capitole afvalbak gedateerd in Rotterdam. Slechts bij uitzondering is de voormalige standaard bak nog in het stadsbeeld te vinden. De bakken die er nog staan worden bij de kleinste klacht afgevoerd en compleet vervangen door ‘De Rotterdammer (MonoFix)’ afvalbak. Er zijn geen reparatieonderdelen meer te vinden bij de Gemeente. Bij Roteb (Stadsbeheer mbt afval) is nog een klein opslagdepot met Capitole afvalbakken te vinden. Deze worden soms ingezet voor door in samenwerking met gebiedscommissies geïnitieerde projecten van betrokken bewoners. Het komt helaas vaker voor dat ze als overschot compleet de metaalcontainer in gaan. Een kort leven.

De nieuwe standaard Rotterdammer afvalbak is al meer vanuit een circulaire gedachte ontwikkeld; de niet te herstellen metalen onderdelen worden gericht afgevoerd zodat het materiaal na recycling opnieuw ingezet wordt voor het circulaire werken van Roteb.

Ik zoek naar herbruikbare elementen van de Capitole afvalbak door middel van interventies en hands on materiaal experimenten. Ik onderzoek de volledige levenscyclus van bestelling, plaatsing, onderhoud tot afvoer via afvalcontainers. Ik kijk naar nieuwe perspectieven en herinterpreteer het object om zo tot nieuwe inzichten en toepassingen te komen.

 

De voormalige standaard Rotterdamse afvalbak, type Capitole is grotendeels verdwenen uit het straatbeeld maar wordt nog steeds af en toe geplaatst. De praktijk van het plaatsen, reinigen, repareren en vervangen van de afvalbak is geobserveerd in het veld. Markering op de bestrating voor de plaatsing van de Capitole (krijt week1

 

Soortgelijke afvalbak met verdieping optie

 

Afvalbak type Capitole voor plaatsing.

 

Tools voor het markeren en openen van de afvalbak.

 

De binnenbak van de Capitole. Met handvatten om de binnenbak eruit te kunnen tillen. (kapotte versie)

 

OP de werklocatie van Schone Stad (voorheen Roteb) zijn nog wat laatste resten van de Capitole. Voor 2006 was de Capitole de standaard afvalbak voor de stad Rotterdam en kwam veelvuldig voor.

 

Reinigen van onderdelen van afvalbak op locatie bij ‘de Schone Stad’ (voorheen Roteb)

 

Bevestiging klepdeksel

Capitole opzetstuk die aanduidt welke maat afval er in mag/kan.

 

Testmodel interventie: afdichten van afvalopening.
Als experiment wordt de afval opening afgedicht met een stalen plaat die je aanmoedigt tot het ‘RE-sourcen’ van je afval in plaats van het weg te gooien.

 

Experiment met deksel RE-source op de capitole.

 

Proef op straat

 

Proef in sportpark.

 

De ‘ontprullenbakker’ gepoedercoat. Klaar voor gebruik.

Naming: Bringing Things to Life

RE-shaping Grass

Translating Shape

Material Issues/Value

Een Werkweek met de Bankenman

Ik heb een volledige werkweek gedraaid met Richard Hofstra ook wel Ries De Bankeman genoemd. Hij doet alle reparatieverzoeken van de 10.000 banken die in Rotterdam staan, soms in samenwerking met afdeling Spelen (speeltuinen,sportvelden e.d).

Een reparatieverzoek komt van de burger af of het gebied zelf. De werkbus wordt ingeladen aan de hand van de reparatieverzoeken van die dag. Tijdens deze klussen heb ik de levenscyclus van elk technisch onderdeel van de BN-bank gevolgd. Dit om te kijken waar het onderdeel opnieuw wordt ingezet of wanneer en waarom het afgeschreven wordt, en welke partijen hier bij betrokken
zijn.

BN-bank reststroom

 

BN-bank Technisch

 

BN-bank installatie technisch

Meewerkdag

Meewerk dag met vakman Richard Hofstra, afdeling straatmeubilair en reparatie op De Kwekerij. Van burgermelding tot aan de afvalscheiding werd elke stap gedocumenteerd. Tijdens deze documentatie werd mij duidelijk hoe de reparatie van een meubel per plek uniek beoordeeld wordt.

Het viel mij op dat er veel ruimte is voor intuïtieve oplossingen en eigen inzicht in het eindresultaat van de reparatiemelding. Deze vrijheid is ook terug te vinden in de te gebruiken materialen. Hierbij wordt veel materiaal herbruikt en verder nagedacht over hoe het materiaal een ander leven kan leiden binnen de gemeente. Twee jaar terug zijn alle banken in Rotterdam gelokaliseerd en in kaart gebracht. Richard is verantwoordelijk voor alle gebieden in Rotterdam en dus alle tienduizend banken die daarin staan, hij verwerkt gemiddeld zo’n 5 meldingen per dag.

 

Een Meewerkdag in Beeld:

1. De reparatiemelding

Burgermelding

 

Meerdere burgermeldingen per object (loopt soms op tot 25stuks )

 

Te kiezen behandeling

 

Status te behandelen meldingen

 

2. De Werkbus

Materiaal (slotbouten BN bank) aanvullen vanuit opslagcontainer

 

Controle voorraad

 

Algemene voorraad, altijd toepasbaar

 

Preparatie bus dagplanning

 

Algemeen ‘depot’ (geen werkplaats vergunning)

 

3. Onderweg naar Melding

BN planken inladen(nieuw) (tweede generatie is op) (+-400 nieuw besteld per jaar)

 

Route

 

4. Werk op Lokatie van Melding

Foutmelding, was al gedaan. onbekende miscommunicatie

 

Bewijs van reparatie (de vorige collega had niks ingevoerd)(een inval collega brak been op scooter destijds, misschien daarom)(dit komt zelden voor)

 

Klappaal controle op locatie.(staat net niet schreef genoeg voor melding, werkt nog net)

 

Toegangsleutel voor bijna alle klappaalsoorten.

 

5. Weer terug op de Kwekerij

Volle laadbak bij terugkomst van meerdere klussen op de route

 

Afval sorteren

 

Mooi detail derde generatie BN-bank plank (losgeslepen in 1e of 2e gen en omgedraaid)

 

Nieuwe generatie BN-bank voet

 

Breekt vaak op de bekende plekken

 

Detail hoogste punt rugleuning

 

Detail 2, derde generatie BN-bank voet heeft verdikking gekregen op de kritiekepunten

 

Wordt afgekeurd bij afgebroken stukken beton en haarscheuren, zie hier

← Older posts - Newer posts →