Gedurende de onderzoeksperiodes van de verschillende ontwerpers bezoek ik met hen de verschillende relevante plekken waar reststromen ontstaan, opgeslagen worden of worden verwerkt. We bezoeken het slibdepot, de grondbank, het stadsmagazijn, de bomenbank, de stadskwekerij. We kijken met een nieuwe frisse blik naar de stad. We bestuderen gras in parken, tussen tramrails, gras op met schapen begraasde dijken. Ik organiseer gesprekken en ontmoetingen met mensen die binnen die praktijken werkzaam zijn. We bezoeken stratenmakers, werkvoorbereiders, bomenkwekers, vrachtwagenchauffeurs, beleidsmakers, beheerders, stadsherder, imker, steenbrekers.
In de voorbereiding en tijdens dit veldwerk observeer ik fenomenen. Vanuit mijn ontwerpersinstinct ontdek ik daarbij allerlei mogelijkheden voor interventies door de verschillende werkvelden waar de materialen door heen stromen of kunnen stromen met elkaar in verband te brengen en te combineren. Vaak zijn het systemische koppelingen maar ook op het niveau van locaties, dingen en materialen zijn montages denkbaar. Ik ben als ontwerper een onderdeel van de designpraktijk van RE-source. In verschillende RE-frame sessies met de ontwerpers hanteer ik andere kaders die voortkomen uit mijn praktijk als public space ontwerper en mijn lokale kennis van de stad Rotterdam. In het RE-framen van de reststromen is er niet één oplossing die je vindt maar een reeks aan mogelijkheden die ontstaan tussen op het raakvlak van praktijk en ontwerper.
Observaties hebben soms betrekking op de rol die je als ontwerper kan spelen in een circulair systeem zoals de rol van de buitenstaander of de vrije speler. Maar ook de rol van degene die de complexe stromen op een visuele manier in kaart brengt zodat de betrokken actoren van de praktijken zichtbaar worden. Dit zichtbaar maken leidt tot een tastbaar of visueel ‘ding’ waar verschillende partijen naar kunnen kijken en hun kant van het verhaal kunnen vertellen. Het vormen aanleidingen tot een dialoog. Daarnaast maken we als ontwerpers met observaties onderbouwde beelden van interpretaties en mogelijkheden binnen de al bestaande realiteit van de stad. Door ze te verbeelden ontstaan ze. Ze krijgen een vorm van een ‘speculatieve realiteit’. (Speculative Realism, prof. Henk Borgdorff at Smart Culture Conference 2018)
Deze observaties van mij als strategic design researcher passen nog niet zo goed in het online platform. Waar horen ze bij? Ze zijn geen onderdeel van het onderzoek van de alumni die ieder op individuele wijze werken. Ik kan me voorstellen dat het ‘field notes’ zijn. Dat zijn ze ook vrij letterlijk. Notities die bij het bezoeken van lokatie en bij gesprekken met betrokken partijen genoteerd worden. Soms daarna omdat bepaalde opmerkingen of observaties leiden tot een associatieve reeks. In plaats deze notities onder het label ‘lexicon’ te plaatsen is het beter ze te noteren als ‘field notes’ (veldnotities). Observaties uit de praktijk die ik als ontwerper analyseer, reflecteer en interpreteer.